Het verhaal

De hele geschiedenis van het koor beschrijven zou té lang vergen, daarom bij deze de korte versie.

Het koor is opgericht als “Oratorium” in 1944. In eerste instantie werden er opera’s en operettes en liederen daaruit gezongen. Na een paar jaar werd middels een prijsvraag onder de koorleden gekozen voor de naam “Ghesellen van den Sanck”.

In 1972 werd het koor door het platenlabel van V&D gevraagd om oude/traditionele Maastrichtse liedjes in te zingen op een LP. Dit werd een overdonderend succes want alleen in Maastricht werden van die LP meer dan 10.000 stuks verkocht wat het koor een heuse gouden LP opleverde.

Met de liedjes moest ook opgetreden worden, m.n. in het carnavalsseizoen, waarbij de naam “Ghesellen” te stijfjes werd bevonden. Op stel en sprong werd er een andere naam en uitdossing gevonden: “De Zingende Potsvrouwe”. Gedurende tientallen jaren werd er onder die naam opgetreden waarbij, zeker in het carnavalsseizoen, vaak in een weekend 12 zalen werden aangedaan. Ook werden er nog meer LP’s uitgebracht waaronder “Mestreech is neet breid meh laank” waarop het gelijknamige lied dat zou uitgroeien tot het tweede volkslied van Maastricht. Ook deze LP bereikte de gouden status voor meer dan 10.000 verkochte exemplaren.

Naast zingen werd er door de leden meegedaan aan toneelspellen, Heiligdomsvaarten en andere processies, diverse spektakelstukken op het Vrijthof, producties in het Theater aan het Vrijthof, carnavalsoptochten, reuzenstoeten en heel wat meer historische tochten. Verder bij het 40-jarig jubileum een dansavond op het Vrijthof en bij het 50-jarig jubileum een circusvoorstelling in een echte circustent met sketches, muziek en circusacts waaronder zelfs een act met leeuwen.

Bij het 60-jarig jubileum in 2004 werd in eigen beheer een musical opgevoerd (“Kaffee d’n Diamante Ingel”), gebaseerd op liedjes uit 60 jaar geschiedenis van het koor. Sommige van de leden die erbij waren kun je beter niet vragen hoe het was want dan ben je een paar uur zoet. Het was een groot succes en dus werden er, ook in eigen beheer, nog 2 musicals opgevoerd (“Beheij um el-Besjaar” en “1865”) waarbij het accent langzaam verschoof naar meer pop- en musicalnummers maar (nog wel) met Maastrichtse teksten).

Zoals bij veel verenigingen ontstond er op een gegeven moment een leegloop en de leden die overbleven spraken een voorkeur uit voor de meer poppy kant van het repertoire. Bovendien waren het grote aantal optredens en daarbij behorende danspasjes erg intensief. En wederom diende er een naam te komen die de lading beter dekte en ontstond “Vocal Harmony”, maar nog wel steeds onder de vlag van de “Ghesellen van den Sanck”.